Voor een stukje geschiedenis van de Hervormde Kerk te Waspik en de provinciale politiek welke onlosmakelijk met elkaar verbonden waren,  U vindt hier een uitgebreide beschrijving hoe het in de loop der eeuwen is gegaan met dit historische kerkgebouw.

geschiedenis kerk

Kerkelijke geschiedenis

 Een parochie Waspik, waaronder Capelle waarschijnlijk ressorteerde, wordt al genoemd in 1257. Het is wel zeker dat er toen al een kerkje in Waspik gebouwd was. Gezien de tijd en de nog geringe bevolking zal het een tufstenen gebouwtje geweest zijn dat, zoals elders, in de loop der tijden naar gelang de behoefte enige uitbreiding kreeg.

De kerk van Waspik is in 1421 ten gevolge van de St. Elisabethsvloed verloren gegaan. Alleen de naam van het weiland “het oude kerkhof” herinnerde vroeger nog aan de oude standplaats.

Na 1421 bouwde de parochie een nieuwe kerk, meer naar het zuiden. Mogelijk pas na de aanleg van de nieuwe Langstraatweg en –dijk waar in 1442 toe besloten werd.

De St. Elisabethsvloed en de voortdurende oorlogshandelingen in deze streek veroorzaakten een grote verarming. In 1515 stonden nog maar 75 haardsteden in Waspik waarvan een gedeelte zelfs nog onbewoond was. Het aantal communicanten bedroeg naar schatting 250 en een derde deel van de bevolking was armlastig.

In 1571 is men al volop in de roerige tijd van de godsdiensttwisten. De Beeldenstorm, die Waspik ongemoeid had gelaten, was al vijf jaar geleden. De laatste visitatie van de parochie Waspik door de bisschop vond plaats.

In april 1572 kwam hij nog wel in Sprang en Loon op Zand maar niet meer in Waspik en de andere Langstraatdorpen. De strooptochten van de watergeuzen vanuit het eiland Klundert (Dordrecht) en later in het jaar ook vanuit Gorinchem langs de Oude en de Nieuwe Maas maakten de streek te onveilig.

Slechts een week na de inname van Geertruidenberg door de prins van Oranje werd in de kerk daar de eerste protestante dienst gehouden. De priesters en kloosterlingen waren van te voren de stad uitgejaagd of vermoord. Het bestaan van de hervormde gemeente van Geertruidenberg zou alleen nog tussen 1589 en 1593, toen de stad in Spaanse handen was, onderbroken worden.

Tijdens de verschillende evacuaties werden de inwoners van de zes dorpen, waarvan er velen pas na jaren terugkwamen, in nauwer kontakt gebracht met de alom in Holland verkondigde nieuwe leer. De omstandigheden maakten het voor de inwoners van de Langstraat niet eenvoudig het normale leven enigszins op gang te houden. Strooptochten, inkwartieringen, evacuaties, zeer hoge lasten en inundaties hadden een geleidelijke ontvolking van de streek tot gevolg.

1579: De pastoor Dirk Laureyssen uit Waspik ging als kapelaan naar het veiliger gelegen Tilburg, waar hij tevens optrad als notaris.

1589: Eerst nadat Geertruidenberg in Spaanse handen was gevallen durfden vele vluchtelingen, waarvan er meerderen al een tiental jaren weg waren, terug te keren. Anderen, die beroofd van bestaansmiddelen genoodzaakt waren geweest in Hollandse dienst te treden, wensten wel terug te komen, maar durfden niet uit vrees voor repressailles.

1591: Om aan alle eventualiteiten het hoofd te bieden en iedereen de kans te geven naar huis en haard weer te keren, voorzover daar nog iets van over was, richtten de zes dorpen een verzoek aan de Spaanse landvoogd Parma om allen in genade aan te nemen. Parma stond bij brief van reconciliatie van 23 september de terugkeer toe van de arme huislieden, die door anderen waren verleid en "geabuseert", stelde allen onder de bescherming van de koning en beloofde al hun fouten en kwalijke zaken te vergeven en vergeten, mits zij zich rustig onder de oude katholieke religie en afzijdig van de voor­stellen der rebellen en hun verkeerde opinies zouden houden. Allen, die van de rebellen terugkeerden, moesten in handen van hun schou­ten een eed van trouw afleggen en zich door hun pastoor op hun katholicisme laten onderzoeken. 

Hoewel zij in het verzoekschrift beweerden katholiek te leven wijzen de feiten anders uit. Tegenover de Spaanse landvoogd waren zij wel verplicht deze opmerking te maken om aan eventuele vervol­ging van hun "ketterij" te ontkomen. Zeker is dat velen al de nieuwe leer, waarmede zij zoveel jaren in aanraking waren geweest, aanhingen. In verschillende dorpen vormden de protestanten reeds de meerderheid.

Hoe was de toestand in Waspik? Pastoor Dirk Laureyssen, die in 1571 in Waspik resideerde, bevond zich in elk geval tussen 1589 en 1593 als kapelaan in het veiliger gelegen Tilburg waar hij tevens als notaris optrad. Tussen de akten en testamenten die hij als notaris opstelde vond men zo’n 50 jaar geleden enkele losse bladen met aantekeningen van door hem verrichtte dopen en huwelijksinzegeningen te Raamsdonk en Waspik tussen 9 juli 1594 en 31 augustus 1595. Gedurende die periode nam hij dus zijn Waspikse pastoraat weer zelf waar. Tevoren trad de pastoor van Capelle, Jan Adriaansz. Vosch, als zijn plaatsvervanger op.

Vanzelfsprekend waren er onder de Waspikse bevolking ook hervormden. Zo komen er in een boedelberekening uitgaven voor aan een predikant voor het zondagsgebed en voor de uitvaart van een overledene die op een niet nader te bepalen datum tussen 1588 en 1596 was gestorven. Het is de enige keer dat er vóór 1610 in Waspik van een predikant sprake is. In alle andere boedelstukken worden steeds de kosten voor de uitvaarten betaald aan heer Jan of heer Jan Vosch, pastoor te Waspik. Het geringe aantal protestanten in Waspik doet vermoeden dat zij nog van de diensten van predikanten in de naburige dorpen gebruik maakten en dus zal de bovengenoemde predikant niet in Waspik gewoond hebben.

Na het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) verboden de Staten van Holland in het gehele gewest de katholieke eredienst. Het gevolg was dat overal waar dat nog niet gebeurd was, de kerken door de protestanten werden overgenomen. De katholieken waren verplicht elders ter kerke te gaan. Die van Waspik getroostten zich vaak de lange weg naar Dongen.

De inmiddels opgerichte hervormde gemeente van Waspik werd tot 1618 bediend door de eerste echte predikant van Capelle, dominee Cornelis Fransz. Wellensz. alias Polletz, die in 1610 zijn ambt aanvaardde. Een eigen predikant kreeg Waspik in 1618 in de persoon van dominee Casparus Nusius, die in 1625 overleed.

In 1689 is de pastorie, toen bewoond door kandidaat Salomon Zoltelen, in enkele uren afgebrand en daarmee zijn een groot aantal documenten verloren gegaan. Er werd een nieuwe pastorie gebouwd die in 1796 onbewoonbaar werd verklaard.

In 1796 was de hervormde gemeente 389 leden groot en de roomse parochie telde 1287 leden. Deze laatste wilden nu de kerk met de bijbehorende goederen terug. Hier is zo’n 20 jaar onenigheid over geweest. De roomsen grondden hun eisen op het feit dat de kerk voor de Reformatie Rooms was geweest en dat de hervormde gemeente te klein was om de kerk te onderhouden. De hervormden hebben toen aan de regering hun inkomsten en dergelijke moeten tonen maar hebben dit steeds geweigerd en zelfs dreigementen en het inwonen van een gendarme bij de predikant en de kosten hielpen niet. Uiteindelijk heeft de koning, Lodewijk Napoleon, in 1804 de kerk en de goederen definitief aan de hervormde gemeente toegewezen. De katholieken van Waspik vorderden naar verhouding van hun aantal 2/3 deel van de kerkgoederen op en bouwden in 1840-1841 hun eigen kerk, de Bartholomeuskerk, die op 4 oktober 1841 ingewijd werd.

 geschiedenis1 geschiedenis2  geschiedenis3 

In 1877 is er een Consistorie gebouwd tegen de zuidzijde van de Kerk, deze is na ruim 70 jaar, omstreeks 1950, tijdens de restoratie van de Kerk weer afgebroken, zie de afbeelding hier boven (Rechts). ook zijn tijdens deze restoratie de laatste aftekeningen op de muren aan de noordzijde van de kerk, van het eerste gemeentehuis van Waspik verdwenen, zie de afbeelding hier boven (midden).Op de foto links, is rechts van de kerk de vorige pastorie (woning dominee) nog te zien.

De hervormde gemeente opende in juli 1866 een bijzondere school voor jongens en meisjes waarvan in 1874 al sprake was dat deze, wegens de kosten van het overlijden van de onderwijzer, zou worden opgeheven. In verband met deze opheffing benoemde de gemeente aan de openbare school een tweede hulponderwijzer in 1881. Na de invoering van de nieuwe onderwijswet in 1921 moest de openbare school opgeheven worden omdat de leerlingen overgingen naar de opgerichte R.K. Jongensschool en de Ned. Herv. School voor jongens en meisjes. Deze laatste bestaat nog steeds op de plaats van de school van 1921, vlak achter de kerk.

Klik hier voor meer informatie op de site van de heemkunde kring "Op 't Goede Spoor" over de geschiedenis van het dorp Waspik